Baby in een hete auto
Hieronder een filmpje van een sociaal psychologisch experiment: een (nep)baby wordt op een hete dag achtergelaten in een auto. Met wat huilgeluiden wordt de aandacht van voorbijgangers getrokken. De meeste mensen weten dat een baby in een hete auto niet heel lang kan overleven – zeker niet als er geen raampje openstaat.
Wat doen de mensen die de baby horen en zien zitten? Proberen ze of de deur open kan? Halen ze hulp? Zoeken ze de moeder? Pakken ze een baksteen om een ruitje in te tikken?
Vaak niet.
Gelukkig zijn er mensen die actie ondernemen, maar opvallend veel mensen lopen gewoon door. “Je kunt je gewoon niet voorstellen dat die baby daar echt alleen zit,” aldus een vrouw die door is gelopen en later wordt ondervraagd.
Baby’s uit hete auto’s redden zit niet in ons dagelijkse gedragsrepertoire en daarom vinden veel mensen het moeilijk om snel te bedenken wat de juiste reactie is. Terwijl ze doorlopen denken ze zoiets als: de moeder kan vast elk moment komen.
Wat bij dit soort dingen ook meespeelt, is dat de verantwoordelijkheid niet alleen bij één voorbijganger ligt, maar eigenlijk over alle voorbijgangers verdeeld is. Het gevoel van verantwoordelijk zijn wordt als het ware opgesplitst over alle personen die daar in een tijdsbestek van enkele minuten voorbijlopen en iedereen voelt zich daardoor maar een heel klein beetje verantwoordelijk – te weinig om actie te ondernemen.
De enige juiste reactie volgens de mevrouw uit het filmpje is overigens: de eerste de beste baksteen oppakken en het ruitje dat het verst bij de baby vandaan zit inslaan. “Het is een stuk metaal tegenover het leven van een baby.”
Het Lucifer effect
Philip Zimbardo deed in 1971 een onderzoek waarin hij studenten willekeurig een bewaker of een gevangene liet spelen, om te onderzoeken welk gedrag de studenten in het onderzoek zouden laten zien. Het onderzoek, dat twee weken zou duren, moest al na zes dagen worden afgebroken, vanwege het verschrikkelijke gedrag van de ‘bewakers’.
Dit onderzoek – het Stanford Prison Experiment – is meteen een klassieker geworden, waarnaar regelmatig verwezen wordt, zoals bijvoorbeeld bij het Abu Grhaib gevangenisschandaal in Irak. In 2001 zijn de gebeurtenissen rond dit onderzoek verfilmd in Das Experiment:
Zimbardo zelf is nooit zo spraakzaam geweest over zijn onderzoek in 1971. Tot 2007, want toen schreef hij zijn boek The Lucifer Effect. Daarin beschrijft hij hoe ieder normaal mens tot ‘duivelse’ dingen in staat is. Vandaar de ondertitel Understanding How Good People Turn Evil. En sindskort is dat boek ook in het Nederlands verkrijgbaar:
Het Lucifer Effect. Hoe gewone mensen zich laten verleiden door geweld.
“Het Lucifer Effect biedt een huiveringwekkend ooggetuigenverslag van de manier waarop mensen slecht gedrag kunnen rechtvaardigen en doorzetten, terwijl ze weten dat ze daarmee anderen leed berokkenen“
Loveparade-drama
De beveiligingsbeelden van de Loveparade zijn openbaar gemaakt en er is op basis van deze beelden een analyse gemaakt van hoe de ramp zich heeft kunnen voltrekken – de ramp waarbij 21 mensen in het gedrang van een mensenmassa zijn omgekomen.
Gelukkig is het een zeer objectieve analyse, die niet uit is op sensatie, maar zich baseert op wat er te zien is op de beelden.
Vanaf 5:47 kun je de massa op zijn hoogtepunt zien en kun je je heel goed een voorstelling maken van hoe onprettig het zou zijn om daar tussen te staan.
Hoe sociaal is juichen nog?
Henk-Jan Grotenhuis en Tim Duyff zijn de schrijvers van het boek Het grote juichen – een boek over juichgedrag onder voetballers door de jaren heen. In de Volkskrant van afgelopen weekend schreven zij een interessant essay over juichen en het groepsgevoel.

Want sinds de jaren zeventig heeft juichen steeds minder met het groepsgevoel te maken, zeggen Grotenhuis en Duyff, maar zijn doelpuntenmakers vooral bezig zichzelf in het zonnetje te zetten. De juich als egotrip.
“Wie op een WK een goal scoort en dan meteen door zijn medespelers wordt ingerekend, voelt zich onrecht aangedaan. De individuele doelpuntenmaker wil ook wat. Even alleen rennen is wel het minste. Maar medespelers te lang negeren, kan ook eigenlijk niet.”
Maar er is hoop, want wat je de laatste tijd ook vaak ziet: de doelpuntenmaker sprint rechtstreeks naar de reservebank om daar met de coach en de bankzitters bij de dug-out een feestje te gaan vieren. Grotenhuis en Duyff voorspellen dat we dit tijdens het komende WK veel zullen gaan zien.
Milgram's experiment als tv-show
Het Franse reality-tv-programma Le jeu de la mort (het spel met de dood) dat de publieke omroep France 2 gisteren uitzond, deed het wereldberoemde onderzoek van Stanley Milgram uit de jaren ’60 nog eens dunnetjes over.
In dit onderzoek moest een proefpersoon elektrische schokjes toedienen aan een andere proefpersoon (in werkelijkheid een acteur ) wanneer deze een fout maakte bij een simpel leeropdrachtje. De schokjes waren nep, maar dit wist de proefpersoon niet. Elke keer dat de acteur een fout maakte, werd de schok zogenaamd heftiger, zelfs tot 450 volt aan toe. De grote vraag was of de proefpersonen aan de onderzoeker zouden gehoorzamen of dat ze zouden weigeren de schokken toe te dienen. Maar liefst 65 procent van alle proefpersonen gehoorzaamde tot de 450 volt aan toe!

Van de 69 deelnemers in het Franse tv-programma diende maar liefst 80 procent de maximale schok toe. Negen kandidaten protesteerden bij 180 volt, en zeven staakten bij 320 en 360 volt. Om te stoppen moesten de deelnemers weerstand bieden aan druk van de presentatrice en het publiek, dat schreeuwde om straf voor het kermende, onzichtbare slachtoffer.
Een kandidaat die was doorgegaan tot de maximale schokken zei achteraf: “De televisie kan niet toestaan dat mensen in een show sterven, dus ik liep geen enkel risico.” Dit is precies het klassieke excuus van beulen. “Ze verschuilen zich achter een absoluut vertrouwen in de autoriteit die zij gehoorzamen. Daarmee pleiten zij zichzelf vrij,” aldus een psycholoog van het Franse tv-programma.
(Bron: NRC Handelsblad)
Rel om zwarte barbiepop
Consumentengedrag is ook sociale psychologie. En discriminatie ook.
Dit weekend staat er een berichtje in de Volkskrant waarin deze twee samenkomen.

In de Verenigde Staten is een rel ontstaan omdat warenhuisketen Walmart zwarte barbiepoppen voor minder geld verkoopt dan blanke barbiepoppen.
In de staat Louisiana, waar zwarten geregeld met racisme worden geconfronteerd, verkoopt Walmart de zwarte Theresa voor 3 dollar en de blanke Ballerina voor 5,93 dollar.
“Beide poppen hadden in het begin dezelfde prijs,” aldus een Walmart-woordvoerster. “Eentje is afgeprijsd vanwege de lagere verkoopcijfers.”
- de Volkskrant, zaterdag 13 maart 2010
Toevallige voorbijgangers (2)
Op twee lokaties in Groningen had ik een wegwerpcamera achtergelaten met de boodschap dat mensen er een foto van zichzelf mee mochten maken (zie ‘Toevallige voorbijgangers (1)’)
De camera in het Stadspark was door iemand kapot gemaakt en hoewel er nog wel een paar foto’s van afgedrukt konden worden, zat daar niets bijzonders tussen.
De camera in het Noorderplantsoen had het beter gedaan. Na mijn vondst in het Stadspark was ik heel blij dat deze camera er nog in één deel lag. En dat niet alleen: meer dan de helft van het rolletje was volgeschoten.

Op de camera in het Noorderplantsoen stonden maar liefst 17 bruikbare foto’s. De meeste mensen hadden inderdaad een foto van zichzelf (of van hun kind, vriend of vriendin) gemaakt. Sommigen van hun hond.
Alle 17 foto’s zijn hier te bekijken.

Toevallige voorbijgangers (1)
Op deze site las ik eens hoe iemand in Atlanta een wegwerpcamera aan een bankje had vastgemaakt met een briefje erbij waarop stond dat mensen er gerust wat foto’s mee mochten maken. Aan het einde van de dag haalde hij het cameraatje weer op en was het rolletje volgeschoten met foto’s van mensen, honden, fietsen, etc.
Ik vond dat dit een soort sociaal psychologisch experiment was, want waarom zou je een foto maken om een totaal onbekende een plezier te doen? En waarom zou je jezelf op de foto zetten als je niet wist wat er vervolgens met die foto’s gedaan zou worden? En waarom heeft niemand het cameraatje meegenomen?
Ik besloot dit experiment ook eens te doen, in Groningen. Op twee lokaties legde ik op een bankje een wegwerpcamera neer: eentje in het Stadspark en eentje in het Noorderplantsoen. Op de rugleuning plakte ik een briefje met de tekst:
Hallo!
Met deze camera kun je een foto van jezelf maken.
Later vandaag kom ik ‘m weer ophalen.
Veel plezier!
Bekijk het resultaat binnenkort op www.brandweermanparkeermeter.nl

Ik vermeldde er dus bij dat de foto’s op internet zouden verschijnen, dat leek me wel zo netjes. Binnenkort kun je hier bekijken wat het heeft opgeleverd!
Mannen links, vrouwen rechts
Hieronder een grappig filmpje dat laat zien hoe slaafs we allerlei regels opvolgen. Bij de ingang van een gebouw is op de ene glazen deur een mannetje geplakt met de tekst “men only” en op de andere glazen deur een vrouwtje met de tekst “women only”.
In het filmpje zie je dat iedereen zich hier keurig aan houdt, terwijl de regel in de eerste plaats onzinnig is omdat mannen en vrouwen nooit gescheiden een gebouw hoeven binnen te gaan of te verlaten (het is tenslotte geen toilet), maar ten tweede is duidelijk te zien dat de deuren in dezelfde ruimte uitkomen.
Misschien zijn de mannen en vrouwen die zich niet aan de regel houden er door de onderzoeker tussenuit geknipt, maar feit blijft wel dat sommige mensen in het filmpje bijna door de verkeerde deur gaan, het bordje zien en dan voor de andere deur kiezen. Ook grappig om te zien dat een jongen en een meisje die sámen arriveren, ieder voor hun eigen deur kiezen.
Juichers winnen vaker
Na het onderzoek over lange voetballers, nu wederom een curieus onderzoek uit de voetbalwereld. Het blijkt dat het team van voetballers die uitbundig juichen, vaker winnen dan het team met wat meer ingetogen spelers. Wie dus uitbundig juicht vergroot zijn winkans.

Gert-Jan Pepping, universitair docent bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Groningen, bekeek een groot aantal strafschoppenreeksen bij belangrijke voetbalwedstrijden, op momenten dat de stand gelijk was. Hij ontdekte dat spelers die hun blijdschap en trots uitbundig uitten na een benutte penalty, vaker tot het team behoorden dat uiteindelijk won.
‘‘Met dat enthousiaste gedrag wordt het team aangestoken met een positieve instelling,” aldus Pepping. “En ook niet onbelangrijk: de tegenpartij voelt zich hierdoor juist minder zeker van zichzelf. Vooral samen juichen is belangrijk. Zo wordt scoren besmettelijk.”
Politie verbouwereerd
Vandaag in de Volkskrant een klassiek voorbeeld van het omstander-effect: iemand die hulp nodig heeft, wordt gezien door tientallen mensen, maar door helemaal niemand geholpen. In de nacht van dinsdag op woensdag in de trein tussen Oss en Oss-West:
“[…] Kort na middernacht wordt hij in de rug aangevallen door een hem volledig onbekende man en om te beginnen enkele malen hard gestompt. […] In de volgende coupé wordt op de hulpvraag van het slachtoffer niet gereageerd door de andere passagiers. […] Op station West vlucht de man de trein uit, maar ook dan is hij nog niet van zijn belager af. […] Weer vraagt het slachtoffer passanten om hulp, en opnieuw is dat zonder resultaat. In een nabijgelegen straat krijgt de dader hem te pakken. Hij wordt enkele malen hard geslagen en geschopt. […]”

Politie Brabant-Noord zegt verbouwereerd te zijn door zoveel lethargie. “We weten best dat niet in iedere Nederlander een Jasper Schuringa schuilt, maar even de politie bellen was wel het minste geweest.”
Het probleem bij zoveel getuigen is dat de verantwoordelijkheid voor het bieden van hulp verdeeld wordt over teveel mensen. Die verantwoordelijkheid wordt als het ware in stukjes gehakt en verdeeld onder de toeschouwers. Iedereen voelt zich hierdoor maar voor een heel klein stukje verantwoordelijk – te weinig om in actie te komen.
Verder kijken mensen in dit soort situaties vooral naar de reactie van anderen: reageren de andere mensen niet op het incident? Dan zal het wel niet nodig of gepast zijn om in actie te komen.
Voor een interessant filmpje over het omstander-effect (bystander effect), klik hier.
Een positieve roddel
Wil je dat anderen een positief beeld van je krijgen? Verspreid dan een positieve roddel over jezelf. Aafje Brandt van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft ontdekt dat persoonsinformatie (positief of negatief) die mensen via via hebben gehoord veel invloed heeft op het beeld dat mensen van die persoon hebben – zelfs al is het overduidelijk dat degene die het nieuws vertelde er persoonlijke belangen bij heeft. Aangeprezen worden door een ander is dus veel effectiever dan jezelf aanprijzen, zegt Brandt, die donderdag promoveert op dit onderwerp.

Trailer
Merkkleding maakt slimmer
Dat vrouwen door het dragen van merkkleding meer zelfvertrouwen krijgen, dat viel nog wel te verwachten, maar dat ze er ook slimmer door worden, dat is wel verrassend.

Toch ontdekte Sophie Dekker van de Vrije Universiteit van Amsterdam dat vrouwen die merkkleding droegen op een aantal logische, taalkundige en wiskundige problemen beter scoorden dan vrouwen die zogenaamd kleding van de markt droegen. Zogenaamd, want in werkelijkheid droegen alle vrouwen precies hetzelfde kledingstuk (een jasje van G-star), maar was het label bij de ene groep verwijderd. Het effect was vooral groot bij materialistische, merkbewuste vrouwen.
Lange voetballers
Langere voetballers worden in een duel vaker door de scheidsrechter bestraft dan hun kortere tegenstanders. Dat is onderzocht door Niels van Quaquebeke en Steffen Giessner van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

In de zakenwereld was het al bekend dat lange mannen krachtiger, machtiger en agressiever overkomen dan korte mannen, maar nu blijkt lengte ook op het sportveld gekoppeld te worden aan agressie.
Quaquebeke en Giessner bekeken meer dan 125.000 overtredingen zonder duidelijke schuldige en kwamen tot de ontdekking dat de langste speler meestal als schuldige werd aangewezen. En niet alleen door de scheidsrechter: ook toeschouwers hebben last van dit effect.
Afgunst en benijden
Eén van de zeven zonden is afgunst, of jaloezie – een vervelend gevoel dat voorkomt wanneer iemand anders beter is, of iets mooiers heeft, dan jijzelf. Maar sociaal psycholoog Niels van de Ven deed vorig jaar eens uitgebreid onderzoek naar afgunst en hij ontdekte dat afgunst lang niet altijd slecht is.

Kort gezegd is het alleen vervelend als je vindt dat de ander het onverdiend beter heeft, want dán worden we afgunstig en gaan we ons negatief gedragen. Wanneer iemand anders het beter heeft, maar we hebben het gevoel dat dat ook verdiend is, dan worden we niet afgunstig, maar gaan we diegene benijden, en dat klinkt al heel wat positiever. We gaan ons dan niet negatief gedragen, maar juist proberen onze eigen prestatie te verbeteren. Benijden motiveert je dus om het óók goed te doen.
Van de Ven ontdekte ook dat mensen die succes hebben een beetje bang zijn voor de afgunst van anderen en daarom een stukje socialer worden, om te voorkomen dat anderen afgunstig worden en zich misschien negatief gaan gedragen.
(bron: Elsevier)
Spot the fake smile
Naar aanleiding van het bericht over de neppe glimlach, zocht ik even naar een online test waarin je echte van valse glimlachen moet zien te onderscheiden. En je kunt het zo gek niet bedenken of het bestaat – zo ook deze test. De “Spot the Fake Smile” Quiz heet de test en hij staat op de website van BBC Science & Nature.
Je moet eerst aangeven hoe optimistisch je in het leven staat en of je verwacht goed of slecht te zullen zijn in de test. Daarna krijg je 20 korte filmpjes te zien van mensen die al dan niet oprecht glimlachen. Aan het einde krijg je te zien hoeveel je goed had en ook welke personen je fout had ingeschat.
Wat doen anderen?
Een interessant sociaal psychologisch onderzoek is die van de wachtruimte waar langzaam rook onder een deur vandaan de ruimte instroomt. Wanneer je daar in je eentje zit te wachten en de rook opmerkt, reageer je vrijwel onmiddellijk. Maar wanneer je samen met anderen wacht, kijk je eerst naar de reactie van anderen: wat doen zij?
In het onderzoek uit onderstaand filmpje doen de anderen niks, ze blijven gewoon zitten met hun vragenlijst. De vrouw wordt hierdoor in verwarring gebracht: ze ziet duidelijk rook in de kamer, wat kan wijzen op gevaar, maar de anderen reageren hier helemaal niet op. Zou er dan niks aan de hand zijn? Hoe lang duurt het voordat de vrouw besluit om toch in actie te komen?
Klik op de afbeelding om het filmpje te bekijken (het filmpje is zonder geluid).
Voor nog veel meer filmpjes over sociale psychologie klik hier
Geen prijs
GRONINGEN – Een 31-jarige man uit Groningen heeft in de Oudejaarstrekking van de Staatsloterij helemaal niets gewonnen. Hij had twee dagen eerder een half lot gekocht met als eindcijfer een 3. “Het was erg teleurstellend,” aldus de Groninger. “Je hoopt toch op een fikse geldprijs, maar blijkbaar had ik dit jaar pech. Er viel zelfs nog geen tientje op mijn lot.” Het toeval wil dat zijn broer uit Hillegom ook een lot had gekocht waar geen geldprijs op is gevallen.
Een krantenbericht als dit zul je niet snel in de krant tegenkomen, omdat het helemaal niet bijzonder is als je niets wint in de loterij – dat overkomt miljoenen mensen. Je leest alleen een bericht over de persoon die wél gewonnen heeft, zoals de Zeeuw die dit jaar de mega jackpot won.
Door alleen berichten te horen over winnaars en niet over verliezers én doordat we graag mogen fantaseren over wat we met veel geld zouden doen, schatten we onze eigen kans in een loterij te hoog in. Want: hoe makkelijker we ons dingen kunnen voorstellen en hoe makkelijker we ergens voorbeelden van kunnen bedenken, des te waarschijnlijker lijkt het ons dat het kan gebeuren. Dit heet de beschikbaarheidsheuristiek of –fout (availability bias).

(bron: Psychologie Magazine)
Een neppe glimlach.
Op de wetenschapspagina van de nrc next staat vandaag een stukje over de valse glimlach. Men dacht altijd dat je een échte glimlach kunt herkennen aan de ogen: alleen bij een échte, spontane glimlach vernauwen we onze ogen een beetje. Maar onderzoekers schrijven nu in een vakblad over emoties (Emotion) dat mensen toch met opzet zo kunnen glimlachen dat hun ogen meelachen. Ogen blijken zich even vaak te vernauwen wanneer mensen écht moeten glimlachen als wanneer ze de opdracht krijgen om te glimlachen. Toch kunnen we een echte glimlach nog redelijk goed van een neppe glimlach onderscheiden, zeggen de onderzoekers.



